Makkelijk en snel intramusculair injecteren oefenen

Intramuculair injecteren

Intramusculair injecteren: technieken en evidentie

Er bestaan veel verschillende technieken om een injectie in te brengen. De te gebruiken techniek is onder andere afhankelijk van het te injecteren geneesmiddel en het gewenste werkingsgebied. Je hebt de keuze uit de intraveneuze, subcutane, intracutane en intramusculaire injectiemethode. Wanneer gebruik je de intramusculaire methode? Wat zijn de voor- en nadelen hiervan? En wat is de meest recente evidentie op het gebied van intramusculair injecteren?

Wanneer en door wie?

De bekendste vorm van een intramusculaire injectie is de vaccinatie. Daarnaast worden ook vitamines en pijnstilling vaak intramusculair geïnjecteerd. In de onderstaande gevallen wordt vaak gekozen voor een intramusculaire injectie:

  • Als het geneesmiddel snel in het bloed opgenomen moet worden.
  • Wanneer de injectievloeistof stoffen bevat die onder de huid weefselafsterving (necrose) kunnen veroorzaken, zoals bijvoorbeeld ijzer.
  • Wanneer de injectievloeistof relatief langzaam door het lichaam opgenomen wordt, bijvoorbeeld bij olieachtige stoffen.
  • Als er een ‘ruime’ hoeveelheid vloeistof ingespoten moet worden (max. ongeveer 20 ml).

Het inbrengen van een intramusculaire injectie is een voorbehouden handeling. Het mag alleen door een arts of door een daarin geschoolde verpleegkundige in opdracht van een arts ingebracht worden.

Meest gebruikte injectieplaatsen

Bij een intramusculaire injectie wordt de vloeistof direct in de spier geïnjecteerd. Voorkeur is om daarbij grote spieren te gebruiken. Omdat injecteren in een gespannen spier pijnlijk is en de kans op nabloedingen vergroot, is het belangrijk dat de cliënt zich van tevoren ontspant. Voor kleine hoeveelheden vloeistof wordt meestal de m. deltoideus gebruikt, de proximale bovenarmspier. De injectie breng je dan twee vingerbreedtes onder het acromion in. Een andere geschikte spier om in te injecteren is de m. vastus lateralis. Deze ligt aan de buitenkant van het bovenbeen. Je injecteert dan in het middelste gedeelte aan de buitenzijde van het bovenbeen. Ook de m. gluteus maximus is een spier die vaak gebruikt wordt voor intramusculaire injecties. Hierbij mag je alleen in het bovenste en buitenste kwadrant injecteren. De injectie wordt door deze drie spieren ongeveer even snel opgenomen in het lichaam. De keuze voor het injectiegebied hangt onder andere af van de voorkeur van de cliënt.

Injectietechnieken

De meest gebruikte techniek voor een intramusculaire injectie is de loodrechttechniek. Hierbij wordt de naald loodrecht op het spierweefsel ingebracht door de strakgetrokken huid heen.

Depotverwisselingstechniek

Hierbij verdeel je met één injectie de totale hoeveelheid vloeistof over twee verschillende gebieden. Je kunt deze techniek bijvoorbeeld gebruiken wanneer de hoeveelheid vloeistof die je moet injecteren meer dan 5 ml bedraagt. Of wanneer je twee vloeistoffen moet injecteren die niet in één spuit gecombineerd mogen worden. Je brengt de naald loodrecht in en injecteert de eerste 5 ml of de eerste spuit. Als je een spuit moet verwisselen, doe je dit eerst. Daarna trek je de naald tot halverwege terug en breng je hem opnieuw in, maar nu onder een hoek van ongeveer 60 graden en injecteer je de rest van de vloeistof.

Zigzagtechniek

Deze techniek wordt ook wel de Z-techniek of rangeertechniek genoemd. Wanneer je terugvloeien van vloeistof of irritatie door de geïnjecteerde vloeistof wilt voorkomen, kun je van deze techniek gebruik maken. Sommige etsende en stroperige vloeistoffen kunnen namelijk het subcutane weefsel beschadigen of pijn veroorzaken als ze terugvloeien. Deze pijn ontstaat doordat de druk in de oplossing van de injectie niet overeenkomt met de druk in het lichaamsweefsel. Wanneer een middel niet in fysiologisch zout (NaCl 0,9%) is opgelost, is dat meestal het geval. Ook bij injectiespuiten die naast water glycerol, polipropyleen of alcohol als hulpstof bevatten komt dit vaak voor. Wanneer je niet zeker weet of je met zo’n vloeistof te maken hebt, kun je dit het beste bij de apotheker navragen. Voorbeelden van dit soort injectievloeistoffen zijn:

  • sommige antibiotica
  • cytostatica
  • ijzer (CosmoFer)
  • theophylline
  • fenytoïne
  • goudinjecties bij reuma (tauredon)

Wanneer je de huid eerst zijwaarts verschuift, dan de vloeistof injecteer en daarna de huid weer loslaat, blijft de vloeistof in de spier geblokkeerd.

Mogelijke complicaties bij intramusculair injecteren

Het voorkomen van complicaties is belangrijk bij het intramusculair injecteren om cliënten pijn en vervelende situaties te besparen. Een van de mogelijke complicaties is het per ongeluk aanprikken van een bloedvat. Wanneer de medicatie dan toch ingespoten wordt, kan dit direct in het bloedvat terecht komen. In ernstige gevallen leidt dit mogelijk tot shock of coma. Een andere mogelijke complicatie is dat je bij een injectie in de m. gluteus maximus per ongeluk de zenuw raakt die daar vlakbij loopt, de n. ischiadicus. En wanneer je de naald uit het lichaam trekt en met dezelfde naald een nieuwe injectie wilt plaatsen, blijft er een beetje bloed in de naald hangen. Dit injecteer je vervolgens opnieuw in het lichaam, waardoor het bloed uit de naald op een verkeerde plek in het lichaam gaat samenklonteren. Dit kan pijn veroorzaken bij de cliënt.

De laatste evidentie over intramusculair injecteren

De laatste jaren zijn er enkele onderzoeken gedaan rondom het intramusculair injecteren. Een daarvan betreft het nut van aspireren. Uit deze review blijkt dat aspireren vaak pijnlijk kan zijn voor de cliënt, terwijl het op sommige injectielocaties niet noodzakelijk is. Deze locaties zijn:

  • De m. deltoideus, twee vingers onder het acromion.
  • De m. vastus lateralis, op het midden aan de buitenzijde van het bovenbeen.
  • De ventrogluteale streek, bij de m. gluteus medius.

Voor injecties in het dorsogluteale gebied, in de m. gluteus maximus, is het wel aan te raden om te aspireren. Dit heeft te maken met de a. glutealis superior die in dit injectiegebied ligt.

Ook over het voorkomen van ischialgie na een injectie in het dorsogluteale gebied is een review geschreven. Omdat dit een vervelende complicatie is, stellen de onderzoekers voor om een nieuwe techniek te gebruiken om het gebied te bepalen waarin geprikt moet worden. Zij stellen voor om elk kwadrant in de eerder beschreven locatiebepaling nogmaals in vier kwadranten te verdelen. Op deze manier is het te injecteren gebied kleiner en is de kans dat de injectie op de verkeerde plek gezet wordt ook kleiner. Daarnaast stellen zij voor om vaker het ventrogluteale gebied te gebruiken voor injecties. De onderzoekers raden aan dat verpleegkundigen en artsen hier goed in geschoold worden.

intramusculair injecteren loodrechttechniek

Met Care Up kan de handeling praktisch geoefend worden vanaf de computer, tablet of telefoon. Binnen Care Up leer je de werkwijze van de handeling, beantwoord je theoretische vraagstukken en kunnen je jezelf toetsen. Dit alles veilig en gemakkelijk achter de computer thuis of op de telefoon onderweg. 

Ontwikkeld met de Vilans KICK protocollen

Vilans-logo-groot

Geaccrediteerd door:

Oefen dus zo vaak je wilt, zodat je bekwaam blijft in je vak!

Nu tijdelijk voor maar € 2,99 per maand!